Demo’s rijden


Mooi, Motor en rijder zijn er klaar voor. Wat nu? Waar gaan we rijden?

Circuits

De verklaring voor de relatief lage kosten ligt vooral in het soort “circuits” waar de demo’s worden verreden. Echt wegracen op afgesloten hightechbanen als die van Assen en Zandvoort is duur; daar wordt doorgaans dan ook niet voor gekozen. De sfeer van vroeger werd in grote mate bepaald door stratencircuits, vaak in kleine plaatsjes als Soerendonk, Oosterwolde, Etten-Leur, Hoogkarspel, etc. Natuurlijk waren die vaak smal en niet ongevaarlijk. Omdat we nu Demo’s rijden is het niet meer nodig om de limieten op te zoeken. Daarom kan een bedrijventerrein met brede, geasfalteerde straten of een baan in het buitengebied met mooie bochten prima voldoen, ondanks sloten, stoepranden, lantaarnpalen of bomen.

Soms zit het mee en kan een stratencircuit van vroeger weer in ere hersteld worden, zoals onlangs te Oldebroek, Tubbergen of Raalte het geval was. Dat is extra leuk, want dan komen vaak ook de grote namen van weleer meerijden, zoals Theo Bult, Wil Hartog, Jim Redman of Harry van der Kruijs. Gerrit Bekker zei daarover bijvoorbeeld: “Na dertig jaar heb ik weer op de Luttenbergring gereden, het was geweldig! Dank aan alle mensen die deze dag mogelijk gemaakt hebben.

Voor alle actuele informatie over de evenementen en de circuits, bezoek de websites van CRT en SAM.

Circuitveiligheid

Natuurlijk wordt er wel degelijk aan de veiligheid gedacht. Elk circuit is goedgekeurd door een veiligheidsfunctionaris. Er is bij elk evenement een waarnemer aanwezig vanuit het bestuur van de MON. Overal liggen strobalen, zijwegen worden afgezet, het publiek wordt weggehouden van onveilige plekken en een omvangrijk team van goed geïnstrueerde baancommissarissen (baco’s) begeleidt het hele gebeuren. Net als bij échte wegraces geven de baco’s aanwijzingen met vlag- en geluidssignalen. Via portofoons staan zij voortdurend in contact met de wedstrijdleider. Natuurlijk is er een EHBO-team aanwezig.

Dagindeling

Hoe ziet een demodag er uit? Een voorbeeld.

Al vroeg is het druk in het rennerskwartier en op het circuit. Een trekker met oplegger rijdt een team vrijwilligers rond. Zij leggen overal strobalen neer. Anderen plaatsen richtingsbordjes voor het publiek en je ziet enkele officials bezig met het opzetten van een tent. Daarin kan je je vanaf acht uur inschrijven. Omdat je nog geen startbewijs hebt vul je een vragenlijst in, je betaalt en je ontvangt een daglicentie en een keuringskaartje. Dat kaartje is het bewijs dat je een daglicentie hebt en de benodigde euro’s hebt afgedragen. Je gaat je motor uitladen en je meldt je bij de technische keuring. Nadat je het kaartje hebt overhandigd kan je gekeurd worden. De keuring is als het goed is – niet meer dan een bevestiging dat je technische voorbereiding in orde was.

Om half tien begint de rijdersbespreking. Een verplicht nummer natuurlijk. De wedstrijdleider benadrukt nog eens de veiligheid, hij geeft bijzonderheden over het circuit van vandaag en wenst iedereen een leuke dag toe. Vanaf tien uur beginnen de trainingen. Baanverkenningen waarbij nog geen rondentijden worden gemeten. Alle klassen komen aan bod. Een kwartier voordat jouw klasse aan de beurt is ga je je klaar maken. Meestal krijg je een seintje via de omroepinstallatie. Je trekt je motorkleding en je helm aan en je meldt je met je motor bij de startfuik. Soms moet je even wachten, omdat het circuit nog niet vrij is. Een parapludame kan dan welkom zijn!

Als het eenmaal zo ver is, geeft de baancommissaris bij de startfuik de baan vrij en je kunt gaan rijden. De baanposten tonen allemaal een groene vlag. Tijdens de trainingen rijdt er vaak een marshall mee, herkenbaar aan een geel veiligheidsvest. Totdat hij het sein geeft, mag je hem niet inhalen. Daarna mag ieder in zijn eigen tempo gaan trainen. Je rijdt lekker mee, niet sneller en niet langzamer dan je zelf wilt, totdat de wedstrijdleider je bij start-finish een zwart-witgeblokte vlag toont. Dat is het einde van de sessie.

Dan is het middagpauze. De organisatie gebruikt die om de burgemeester of wethouder het feest officieel te laten openen. Of om een groepje lokale Solexrijders te laten paraderen. Jij gebruikt de pauze om wat te eten, goed te drinken en vooral ook nog even je motor na te lopen. Wie nog nooit aan snelheidswedstrijden heeft deelgenomen zal merken dat zijn machine het heel wat zwaarder heeft dan bij normaal weggebruik. In een training van een kwartier kan er heel veel losrammelen!

Na de middagpauze volgen twee gemeten wedstrijddemo’s. Je hebt er intussen een idee van hoe de baan loopt, waar je moet remmen, hoe de bochtenlijnen zijn en je zult merken dat het nu gemakkelijker gaat dan ’s ochtends. Dat geldt voor alle deelnemers. Iedereen zet een tandje bij. Af en toe wordt je ingehaald. Daar hoef je niet van te schrikken; de inhalers dragen de verantwoordelijkheid voor een goed verloop van hun inhaalmanoeuvre. Omkijken en spiegels zijn dus niet nodig. Let nu maar op de baan die vóór je ligt en doe je eigen ding!