Geluid


Geluidsregelingen

De norm voor de geluidsproductie is 94 dB(A). Deze norm geldt voor alle trainingen en alle MON wedstrijden. De geluidsproductie van rijders wordt tijdens wedstrijden gemeten. Bij overtreding gelden de regels uit het reglement. De metingen worden verricht op basis van verschillende methoden:

Munisense

Sinds begin 2013 maakt MON gebruik van het Munisense systeem om de geluidproductie van de motoren te meten onder wedstrijdomstandigheden.

Dit is een volledig geautomatiseerd systeem waar het geluid wordt gemeten via microfoons (15 meter uit elkaar geplaatst vanaf het midden van de rijbaan). Dit meetsysteem is gekoppeld aan de MYLAPS transponder zodat de dienstdoende official bij een geluidovertreding onmiddellijk naam en startnummer kan traceren.

Is er een geluidovertreding geconstateerd ( drie geldige metingen) gaat de official over tot het uitprinten van de lijst en overhandigen aan de wedstrijdleiding. Deze zal overgaan tot het bepalen van de strafmaat volgens het motorcrossreglement 2013.

Op circuits waar geluidcontrole met het munisense meetsysteem niet mogelijk is zal de dienstdoende official overgaan naar een van onderstaande meetmethoden.

Deense (dynamische) methode

Door de daartoe aangewezen official(s) wordt een geschikte plaats voor het meten van circuitgeluid gekozen, bijvoorbeeld een acceleratiepunt direct na een bocht (zie onderstaande situatieschets).

Deense Dynamische Methode

Tijdens de meting mag het omgevingslawaai de 90 dB(A) niet overschrijden binnen een straal van 5 meter rondom het meetpunt.

De microfoon van de geluidsmeter wordt geplaatst op een afstand van 7,50 meter onder een hoek van 45 graden in de rijrichting van de hartlijn van de meest gekozen rij lijn van de deelnemers.

Rijders waarvan motoren tijdens de dynamische meting de 96 dBa ( 94dBa + 2dBa tolerantie) minimaal 3 maal overschrijden zullen door de dienstdoende official worden gemeld aan de wedstrijdleiding. Deze zal overgaan tot het bepalen van de strafmaat volgens het motorcrossreglement 2013 geluidsovertredingen.

De statische methode

de zogenaamde 2 m Max methode. Veelal gebruikt tijdens Off Road ritten.

Deze statische methode wordt als volgt uitgevoerd:

Meetuitrusting en parameters:

De geluidsmeter dient een klasse 1 of klasse 2 instrument te zijn. Deze geluidmeter dient voor de metingen en na een aantal metingen gekalibreerd (geijkt) te worden. De meter dient altijd gebruikt te worden in de slow meetstand.

Test zijde:

De meting wordt gedaan achter de motorfiets, onder een bepaalde hoek aan de uitlaat zijde. In het geval van dat de motor twee uitlaten heeft kan er aan beide zijden gemeten worden. Bij de meting moet de motorfiets rechtop gehouden worden.

De afstand tussen microfoon en motor is te zien in de tekening.

Geluidsmeting crossmotor

De motor moet als volgt bij de meting verschijnen:

  • De motor en het uitlaatsysteem moeten opgewarmd zijn;
  • De afstelling van de motor dient hetzelfde als tijdens de training en wedstrijd te zijn;
  • De motor moet lopen in de neutrale stand van de versnellingsbak;
  • Tijdens de geluidsmeting moet de motor van een stationair toerental met een rustige beweging van de gashendel binnen 1 sec. naar vol gas en weer terug naar stationair toerental gebracht worden;
  • De meting dient, om veiligheidsredenen, te geschieden met een ingetrokken koppeling.

Rijders waarvan de motor tijdens deze meting de 112 dB(A) overschrijden zullen door de dienstdoende official aan de wedstrijdleiding worden gemeld.

Regels dempers

  • Een geluiddemper inrichting moet op deugdelijke wijze aan de uitlaat zijn bevestigd, dit is naar beoordeling van de wedstrijdleiding;
  • Losse materialen, om tijdens de meting het geluidsniveau omlaag te brengen, zijn verboden.