MIT en Spotters in plaats van wedstrijdarts en EHBO’ers vanaf 2020


Dit artikel is geplaatst op: 6 november 2019

Er gaat iets veranderen in de opvang van gewonde rijders in het veld. Het vertrouwde beeld in het crossterrein van EHBO posten van 2 man in het veld gaat plaats maken voor Spotters die alleen staan. De wedstrijdarts gaat niet meer alleen werken maar in een Medisch Interventie Team afgekort MIT bestaande uit: de wedstrijdarts, een gespecialiseerd verpleegkundige (Vp+) en een EHBO’er.

Tijdens seizoen 2020 kan een organiserende club kiezen tussen het nieuwe model MIT/ Spotters of het oude model met Wedstrijdarts en EHBO bezetting (dubbelposten in het veld). In 2020 zal in overleg met het bestuur en de ALV beslist worden hoe we verder gaan vanaf 2021.

Waarom deze verandering?

Hoewel (ernstige) ongevallen bij motorcross wedstrijden gelukkig niet veel voorkomen, moet de organisatie van de zorg zich juist op de ernstige, soms leven en ledemaat bedreigende ongevallen richten. Bij de motorcross betreft deze categorie zo’n 3,8% van alle ongevallen. Daarbij is de kans op overlijden of blijvende schade groot als er niet snel, effectief en op de juiste wijze wordt ingegrepen. De eerste 5 minuten en de eerste medische handelingen zijn daarbij zeer belangrijk. Als voorbeeld, iemand die niet meer kan ademen is binnen 5 tot 6 minuten dood. Snelle medische hulpverlening liefst vanuit een behandelteam is dan noodzakelijk. Een dokter die alleen werkt bij een levensbedreigend letsel moet dan een onderzoek doen en beoordelen, infuus klaarmaken en in brengen, beademing klaar leggen en beademen, dat gaat fors ten koste van de snelheid van interventie. EHBO’ers kunnen daarin geen ondersteuning bieden, een andere zorgprofessional wel.

Een andere aanzet tot deze verandering zijn de toenemende kosten voor het inhuren van voldoende EHBO’ers en de dringende wens van wedstrijdartsen om niet meer alleen als medisch professional te moeten werken maar met een verpleegkundige die ook opgeleid is in traumazorg. Dit lijkt een forse frictie te geven met de wens van de organiserende clubs om de medische hulpverlening juist goedkoper te maken.

Op verzoek van het MON bestuur heeft de medische commissie zich hierover gebogen en een oplossing gezocht die en een betere medische kwaliteit en ook een snellere medische inzet geeft en toch minder gaat kosten.

Huidige/ oude situatie met 1 wedstrijdarts en dubbelveldposten EHBO

Daarbij ligt het zwaartepunt van de hulpverlening tijdens de motorcross bij de EHBO. Deze staan in groepjes van twee verspreid opgesteld, met een zichtdekking van het circuit. Het is de EHBO’er die als eerste een gevallen motorcrosser benadert, eventueel eerste hulp en handeling verricht en daarna beoordeelt of het slachtoffer naar de arts gebracht moet worden of dat de arts opgeroepen moet worden.
De arts moet dan communiceren via portofoon en beslissen op basis van de informatie wat en hoe snel noodzakelijke medische hulpverlening moet zijn. Pas daarna komt hij in actie en moet hij zichzelf en zijn materiaal zo nodig naar het slachtoffer zien te krijgen en daarna weer naar de hulppost.

Frictiepunten in de huidige situatie
De EHBO

  • Een EHBO’er is niet opgeleid en getraind en ook niet bevoegd om hoog energetische ongevallen te onderzoeken, te beoordelen of te behandelen. Dit is de taak van een daarvoor opgeleide arts of andere zorgprofessional .
  • De EHBO-er beschikt niet over de middelen die zich richten op directe interventies in ademhaling en bloedsomloop. Ook ontbreekt bij een EHBO’er de noodzakelijke kennis om deze toe te passen in deze hoog risico groep.
  • Voor het huidige EHBO model zijn er telkens twee personen per veldpost nodig. Meestal betreft het 8 tot 10 EHBO-ers per veld inzet naast nog een EHBO’er bij de arts in de centrale post.
  • EHBO organisaties doen zich steeds meer voor als beroepsorganisaties en willen dan ook betaling ontvangen voor deze inzetten. Dit betreft momenteel soms al rond de € 12 p.p. per uur inzet.

De inzet van hulpverlening in de baan

  • Hulpverlening in of naast de baan, waarbij er nog rijders in de baan aanwezig zijn, vereist inzicht en besef van het (grote) gevaar. Gelet op de vertraging totdat iedereen in de baan weet dat er is afgevlagd is hulpverlening soms noodzakelijk ter plaatse hoewel dit niet wenselijk is.
  • Het uit de baan halen en verplaatsen van een slachtoffer kan meer en ook levensbedreigende schade toebrengen. Er zijn internationale standaarden waaraan voldaan moet worden.
  • Ook de organisator en de bond zijn aansprakelijk voor de organisatie van de veldzorg.

De arts

  • De wedstrijdarts is eindverantwoordelijk en ook tuchtrechtelijk aansprakelijk voor (al) het medisch handelen bij een wedstrijd, waarbij ook de handelingen van de EHBO’er daar onder vallen, ook al is de arts niet geïnformeerd over de competenties van de EHBO’er en hoort hij pas achteraf van zijn/ haar handelingen.
  • De arts moet bijgestaan worden door personeel dat competent is om te helpen en te ondersteunen bij onderzoek, en/of eerste medische behandeling. Denk bijvoorbeeld aan een infuus klaarmaken en plaatsen, tractie uitvoeren, beademen etc.

De rijder en zijn/haar omgeving
Deze verwachten (terecht of niet) dat de ‘zorg’ niet onderdoet voor die welke geboden wordt door professionele hulpverlening. Met de toenemende belangen rondom letsel-zorg en -leed, ontstaat ook verdere juridisering waarbij specifieke protocollen of richtlijnen nodig kunnen zijn als kaders, de bandbreedte van handelingen en competenties is omschreven en de (beroepsmatige) dekking zorgvuldig is geregeld.

Overige
Op de achtergrond wordt door andere organisaties gewerkt aan randvoorwaarden m.b.t. evenementenzorg zoals o.a. de Veldnorm die recent werd ontwikkeld door een groep zorgverleners bij evenementen. Daarmee zal ook in toenemende mate rekening mee gehouden moeten worden.

Voorstel medische commissie MON
De medische commissie van MON heeft zich beraden met een focus op

  1. de signalering en zorg in het veld beter regelen en
  2. de arts inzet beter sneller en efficiënter te regelen met ondersteuning, en
  3.  e.e.a. zonder meerkosten.

De oplossingsrichting werd gevonden in de inzet van “Spotters” in plaats van veld EHBO posten. Dit in combinatie met een mobiel Medisch Interventie Team voor snelle inzet.

De waarneming van ongevallen in het veld wordt belegd bij de “Spotters” die een training hebben gehad in het beoordelen van ongevalsmechanisme die tot bedreigend letsel kunnen leiden, logistieke aspecten zoals beweging of blijven liggen van een patiënt, plaats van het ongeval in de baan en risico en indicatie tot medisch spoed-handelen, en ondersteuning bij extractie uit het veld, naast een training in porto communicatie.

Inzet in het veld kan door spotters-posten van 1 persoon met een verdeling over het circuit die zicht dekkend is. Spotters hoeven geen medische of EHBO achtergrond te hebben.
Clubleden die betrokken zijn bij trainingen zullen veel baat hebben bij de opleiding als Spotter om te kunnen inschatten wanneer spoedhulp aan de orde is.

De medische hulpverlening in het veld wordt gedaan door een Medisch Interventie Team. Dit zijn: een wedstrijdarts, een gespecialiseerd verpleegkundige (Vp+) en een EHBO’er. Daarnaast kan overwogen worden om een extra EHBO’er in te zetten voor continuïteit bij de hulppost bij een inzet en voor publiekshulp.
De bedoeling is dat een Spotter (zeer) laagdrempelig overlegt met het MIT: daar ligt immers de beslissing hoe snel en met welke middelen een inzet komt. Het MIT gaat snel naar de ongeval locatie voor een eerste medische beoordeling en z.n. stabilisatie en eerste behandeling. Het MIT beslist ook of en hoe iemand uit het veld vervoerd kan of mag worden.

Verloop van de planning en testen
In het januari 2019 werd gestart met een voorbereiding en planning. Tot april werd tijdens 5 wedstrijden getest met het concept model MIT/ Spotters en de evaluatie resultaten werden voorgelegd aan het MON bestuur en ALV in april.
De praktijktesten lieten zien dat de veldwaarneming van de Spotters minstens gelijkwaardig en goed was. De Spotters bleven buiten de baan observeren met een snelle melding en goed overleg met het MIT.
De MIT leden moeten wel goed mobiel zijn voor een snelle 1e medische beoordeling. Doorgang door het circuit is nog steeds een zorgenpunt. Deels door soms noodzakelijke baanoversteek of door delen slecht doorgankelijk bos. Verplaatsing met een traumatas, beademingstas, schepbrancard is lopend al een opgave maar in slecht doorgankelijk terrein minstens en met spoed zeker een grote uitdaging.
De totale medische inzet kosten vielen tot zelfs veel lager uit.

Voorwaarden voor het functioneren van een MIT met Spotters

Opleidingen, personeel en porto’s

  • Opleiding van Spotters zal door MON worden verzorgd door middel van informatie vooraf aan de Spotters als voorbereiding en een briefing door de wedstrijdarts 3/4 uur voor aanvang training. Bij aanmelding van meer dan 15 man kan een opleidingsavond worden verzorgd, dit op aanvraag en in overleg.
  • Opleiding voor de professionele teamleden wordt door MON ter hand genomen.
  • Spotters en MIT leden moeten uniform en goed herkenbaar zijn met jas of hesjes te verzorgen door MON.
  • Spotters rekruteren uit eigen clubleden door de club verdient de voorkeur.
  • Per spotter is een porto nodig naast porto’s voor de 3 MIT leden en de eventueel de hulppost EHBO-er. Dit wordt gerealiseerd door MON.

MIT met materialen

  • Een centrale opvangpost met behandeltafel, dekens en een kussens etc. dicht bij het circuit gelegen en ook aanrijdbaar voor een ambulance. Dit conform het al bestaande medisch regelement.
  • Een circuit dient geschikt te zijn voor snelle hulpverlening. Denk hierbij aan: hulpverleningspaden voor het MIT met zo weinig mogelijk oversteken. Zo mogelijk een rondgang voor gebruik van een voertuig. Snoeien van lage begroeiing geeft ook al een beter overzicht en snellere verplaatsing. Realiseren door de club.
  • Om materiaal (dokterstas, beademingstas, schepbrancard e.d.) snel ter plekke te krijgen is een vervoermiddel wenselijk (b.v. boerenquad of 4×4 jeep). Te realiseren door de club.
  • Het vaststellen van competenties en opstellen van een lijst met beschikbare en geschikte verpleegkundigen dient beschikbaar te komen voor de clubs. Taak voor MON med. cie.

Wat de club verder nog moet/ kan gaan regelen

  • De club dient de MON licentie wedstrijdarts en Vp+ tijdig aan te vragen en vast te leggen naast de 1 of 2 personen EHBO en de noodzakelijke Spotters (circuit zicht dekkend).
  • De EHBO’er dient mee te nemen: 1 AED, EHBO tas conform medisch reglement met o.a. driekante doeken, en cool packs. Er dienen liefst twee reguliere brancards beschikbaar te zijn voor in het veld.
  • Indien clubleden geschikte verpleegkundigen kennen deze zich laten melden bij MON via med@mon.nl voor een licentie aanvraag. De verpleegkundigen met o.a. de volgende specialisaties zijn het meest geschikt voor dit werk: ambulance Vp, SEH Vp, IC Vp of anesthesie Vp. Zij hebben ervaring in het hanteren van acute bedreigende situaties en kunnen omgaan met beademingsmaterialen en infusen.

Namens de medische commissie MON
Rembert Weijers medisch adviseur


Deel dit Artikel met je netwerk